geselecteerd als gefixeerd bericht

In januari en februari 2005 verbleven wij, Frankie G. en Turbo JJJ, aan de andere kant van de aardkloot. We bezochten daar respectievelijk Singapore, Nieuw Zeeland, Tasmanië, Australië en Hong Kong. Op deze website publiceerden we tijdens onze reis zo nu en dan een kort reisverslag en links naar de fotoalbums.

26/27 februari 2005 Hong Kong – Londen – Amsterdam

Nadat we in het hotel hadden ontbeten en hadden uitgecheckt zijn we met de shuttlebus weer terug gereden naar Hong Kong Station. Uiteraard was het onderweg weer een gekkenhuis op de weg. In het station konden we al voor onze nachtvlucht inchecken. Super natuurlijk want dat scheelt een treinreis naar de luchthaven van zo’n 20 minuten en we zijn meteen van onze koffers af.
Na het inchecken zijn we weer Hong Kong ingegaan. Vanaf Victoria Peak schijnt er een mooi uitzicht over Hong Kong te zijn dus daar gingen we eerst heen. Met een cablecar, de Peak Train, werden we naar boven gebracht. Onderweg kreeg je inderdaad een steeds mooier uitzicht over Hong Kong, maar vanaf halverwege werd het mistig dus eenmaal boven konden we dus niks zien. Zo jammer.


De Peak Train naar Victoria Peak toe

Nadat we met de Peak Train weer naar beneden waren gebracht zijn we in een open dubbeldeck bus gestapt en naar de Star Ferry gereden. Onderweg konden zo mooie foto’s geschoten worden.
Na nog wat rondgelopen te hebben en de metro richting het oosten van Hong Kong eiland genomen te hebben kwamen we tot de conclusie dat het overal eenzelfde drukke chaos was.
Omdat het lunchtijd werd zijn we weer op de metro gestapt (we konden er af en toe maar net in, zo druk is het in de metro’s) en naar het amerikaanse eettentje van gistermiddag gegaan. Zowaar konden we dat in één keer weer terugvinden.


Wachtrijen voor de metro

Na de lunch weer wat rondgelopen en rondgekeken totdat we weer een paar stalpoten hadden en dus maar weer de ierse pub opgezocht. Na een paar pilsjes zijn we daar weer opgestapt en hebben we de metro naar het vaste land genomen. Vanaf het vaste land konden we mooie skyline foto’s schieten van Hong Kong eiland.


De skyline van Hong Kong eiland, gezien vanaf Kowloon

Daarna zijn we met de ferry teruggekeerd naar het eiland en omdat onze vlucht pas om half twaalf ‘s avonds zou vertrekken besloten we om de laatste dollars maar nuttig te gaan besteden. Daarom pakte we de metro weer en gingen we terug naar de ierse pub. Daar konden we ook nog eens de eerste helft van Southampton – Arsenal meepikken.
Toen was het toch echt tijd om richting luchthaven te gaan. Op de luchthaven moesten we toch nog zo’n twee uurtjes rondhangen voordat het vliegtuig richting Londen zou vertrekken. Omdat we wel honger hadden gekregen van het pub bezoek zijn we bij de Burger King beland. Dat was achteraf maar goed ook want de in het vliegtuig voorgeschoteld gekregen bak noodles was zeker niet de beste maaltijd die we de afgelopen weken in een vliegtuig hebben gekregen.
Gelukkig konden we in het vliegtuig weer een paar uurtjes slapend doormaken anders zou de reis van zo’n anderhalve werkdag (12 en een half uur) niet echt zijn meegevallen. We hadden trouwens nog geluk ook, want volgens planning zou de vlucht 13 1/2 uur duren.
Als eerste vliegtuig landden we op zondagmorgen om half vijf lokale tijd op Londen en uiteindelijk waren we om half tien nederlandse tijd weer terug op hollandse bodem.
Nadat de douane nog even door onze (fris ruikende?!) koffers had gesnuffeld konden we richting de auto. Jemig wat hadden we het koud. Er was net een sneeuwbui gevallen en de temperatuur lag net onder het vriespunt. Welkom terug.

Hiermee eindigt het bijwerken van dit weblog. Frankie G., Pien en ondergetekende bedanken alle regelmatige bezoekers voor de interesse. De website diende voor ons als naslagwerk (voor later als we groot zijn) maar omdat de site zo goed werd bekeken hebben we ‘m wat vaker bijgehouden dan van tevoren gepland. Tot de volgende keer dan maar.

25 februari 2005 Hong Kong

Na niet fit wakker geworden te zijn hebben we ontbeten in het hotel en daarna zijn we een ander hotel gaan zoeken. Die vonden we redelijk dichtbij en die had alleen voor de komende nacht een kamer, de dagen erna zat-ie vol. Omdat we toch nog maar 1 nacht hier zijn hadden we dus mazzel.
Daarna koffers halen in het andere hotel en verschepen naar het nieuwe hotel en daarna eindelijk de tijd om Hong Kong te gaan verkennen.
We begonnen met een vaartochtje met de Star Ferry van Hong Kong eiland naar het vaste land naar de wijk Kowloon. Op zich heb je dan een mooi uitzicht op de hoogbouw op Hong Kong eiland, maar helaas was het wat mistig.
In Kowloon kwamen we eigenlijk voor het eerst in het ‘gekkenhuis’ dat Hong Kong heet terecht. Wat een drukte…. en dan te bedenken dat je net een aantal weken in het rustige Nieuw Zeeland en Australie bent geweest. Dat was een regelrechte omslag. Gelukkig werkt de metro hier uitstekend en worden de metrohaltes ook in het engels aangegeven. Dit in tegenstelling tot de busstations waarbij alles in het chinees staat. De bus hebben we dan ook links laten liggen.
Eerst maar op weg gegaan naar iets cultureels, namelijk de Tempel van de Tienduizend Budda’s. Dat ligt wat noordelijker op het vaste land. Heel veel budda’s, veel wierook en veel ‘kastjes’ waarvan het as van de overledenen achter staat verborgen.

Eén van de budda beelden in de Temple of the 1000 budda’s

Daarna weer terug de drukte in. Uiteindelijk zijn we uitgestapt in Mongkok. Dat is wat we van Hong Kong verwachtte. Superdruk, verkeerschaos, drukke martken op straat etc.
Om uit de gekte te ontsnappen zijn we weer met de metro richting Hong Kong eiland vertrokken en hebben we in 1 van de vele shoppingmalls een eettentje uitgezocht. Nee, geen chinese specialiteiten tentje maar een amerikaanse eettent dus een heerlijke steakburger en, jawel, Champions League voetbal op de vele tv’s die er hingen. Vlak voordat we vertrokken ook nog een stukje PSV – Monaco zitten kijken. Uiteraard na de 1-0 weer vertrokken en zelfs wat gewinkeld. Nou ja, gewinkeld, cd en dvd zaken bekeken. De prijzen zijn hier drastisch lager (circa 13 euro voor muziek dvd’s die in Nederland zeker het dubbele kosten) dus ook het nodige aangeschaft.
Toen zijn we lopend vertrokken richting de wijk Happy Valley. Daar ligt namelijk midden in alle drukte en tussen de vele torenflats ineens een paardenrenbaan. Want van gokken houden ze hier wel.


De paardenrenbaan in Happy Valley ligt uiteraard tussen de wolkenkrabbers in

Daarna richting hotel om eea af te gooien en daarna belanden we in de ierse pub Delaney’s. Na wat Carlsbergjes verder nog wat gegeten in een eettentje om de hoek waar we zowaar een patatje oorlog op het menu zagen staan. Uiteraard eentje van besteld en uitgelegd gekregen dat die naam komt van een Nederlander die hier regelmatig schijnt te komen. Ook nog wat slices pizza naar binnen gewerkt en toen het mandje in.

24 februari 2005 Cairns – Sydney – Hong Kong

‘s Morgens vroeg uit de veren want om vijf uur stond de taxi al klaar om Frank en JJJ naar het vliegveld te brengen. Pien kon nog wat langer blijven liggen want haar directe vlucht naar Londen stond voor later op de dag gepland.
Op het vliegveld afgezet bij de Binnenlandse Vluchten want ja, we moesten eerst naar Sydney. Helaas, omdat we doorvlogen naar Hong Kong moesten we dus bij de Internationale Vluchten zijn. Nou, stukje lopen is ook een vorm van ochtend oefeningen.
Na inchecken en ontbijt werd het tijd om te boarden. In het vliegtuig naar Sydney niet geslapen, maar we waren ook net wakker.


Sydney gezien vanuit het vliegtuig

Vanaf Sydney naar Hong Kong ook niet echt geslapen, ondanks dat dat toch een vlucht was van een kleine 9 uur. Bij aankomst met de Airport Express (metro) naar Hong Kong Station op Hong Kong eiland. Daar vandaan met een shuttle bus naar een hotel gebracht.


In de shuttle bus op weg naar het hotel

Het Harbour View International House had alleen voor die nacht een kamer vrij, niet voor de volgende dag. Nou ja, toch de kamer maar geboekt en morgen dan maar verder zoeken.
Het matras van het tweepersoonsbed was echter bijzonder hard zodat we ‘s ochtends niet al te fit wakker werden.

23 februari 2005 Port Douglas – Cairns

Vanmorgen vrij bijtijds opgestaan en geprobeerd om op de tv in de camper een champions league te ontvangen. Maar helaas, er was geen ontvangst. Toen maar gaan douchen en ontbijten en vertrokken op de terugweg van Port Douglas naar Cairns. Weer via de Captain Cook Highway en omdat het vandaag beter weer was konden er betere foto’s worden geschoten.


De kust langs de Captain Cook highway, gezien vanaf lookoutpoint Rex

Vlak voor Cairns namen we de afslag naar de Sky Railway over het regenwoud. Met een gondel werden we via drie haltes over het dak van het regenwoud vervoerd naar Kuranda. Onderweg konden we bij de twee haltes nog uitstapjes maken het regenwoud in naar diverse uitkijkpunten.
Bij het eindpunt aangekomen zijn we het dorpje Kuranda ingelopen. Nou, das natuurlijk erg toeristisch en daar konden we ook wat drinken. Want het was vandaag weer drukkend warm. Vanacht heeft de airco de hele nacht in de camper staan rammelen om het een beetje koel te houden. Maar de luchtvochtigheid is en blijft hoog.


Uitzicht over de kust boven Cairns vanaf de Skyrail

Na in Kuranda wat rondgekeken te hebben namen we de sky railway weer terug naar het beginstation en zijn we met de camper naar Cairns doorgereden. Omdat Frank en ondergetekende morgenochtend erg vroeg weer vertrekken richting Hong Kong en Pien wat later vertrekt richting Londen gingen we bij meneer Apollo langs om te vragen om de camper morgenochtend door Pien op te laten leveren. Maar helaas, het kon wel maar met veel mitsen en maren. Daarom maar besloten om in Cairns een hotelletje te zoeken en de camper dezelfde middag nog in te leveren.
Een motel vonden we in het centrum. Een sobere kamer voor drie personen, precies wat we zochten. Daarna de camper leeggehaald, onze spullen in de kamer getild en weer vertrokken om de camper in te leveren.
Dat inleveren was dit keer snel gebeurd want de camper was gewoon nog helemaal intact (in tegenstelling tot in Nieuw Zeeland). De vestiging van Apollo in Cairns zit ook vlakbij het centrum dus op de terugweg hebben we de benenwagen genomen. In het centrum nog wat gewinkeld en rondgekeken en uiteindelijk belande we weer op het terras van de Ierse pub waar we gisteren ook al hadden gezeten. Na wat voedsel en diverse VB’s (Victoria Bitters = bier, red.) later zijn we vertrokken richting motel want ja, morgen weer om vier uur op. Morgen vertrekken we dus richting Hong Kong, benieuwd wat dat gaat opleveren. En Pien, ja, die vertrekt via Londen weer naar Brussel en ze zal ons zondag weer op komen halen op Schiphol. Want in Hong Kong zijn we maar twee dagen.

22 februari 2005 Rollingstone – Port Douglas

Gisteravond toen het donker werd, kwamen en masse de padden op het kunstlicht af. En niet van die kleintjes! Rondom het zwembad en de douche- en toiletruimte was het spits. En hoewel ze natuurlijk niks doen, kunnen ze je wel enorm laten schrikken. Bijvoorbeeld door zich ineens op ‘n plee te bevinden en daar tegen een prullenbak of de pot aan te springen.
De camping in Rollingstone was dus een echte meevaller, ook ten opzichte van wat in het Big4-boekje stond. Het kinderbadje bleek een ‘gewoon’ (lees: luxe) zwembad en verder alles dus aanwezig om zeker 4 sterren waard te zijn. Maar nog wel veel in aanbouw. Dus toen we ‘s ochtends wakker werden, werd er volop beton gestort en ander bouwwerk uitgevoerd. Gelijk weer met excuses erbij voor het geval er overlast werd veroorzaakt. Nou, best lekker hoor. Naar werkende mensen kijken, terwijl je in het zonnetje je ontbijtje zit te nuttigen.
Net na negenen vertrekken we met als eindbestemming voor vandaag Cairns. Dat wordt ‘m uiteindelijk niet, maar niks ligt tevoren vast. Ontbijtje nog in de volle zon genuttigd, maar onderweg net na Ingham valt de eerste beloofde ‘shower’. We horen hier al de hele week van, maar verder dan een wolkje voor de zon -waar we erg dankbaar voor waren-, kwam het tot nu toe niet.


Onderweg richting Cairns viel dan de eerste bui in Queensland

Onderweg blijft het met regelmaat wat regenen, maar de temperatuur is zeker niet laag te noemen. Met 32 graden en toch wat druppels rijden we rond de middag Cairns binnen. Daar wordt een beetje in de stad rondgeslenterd en -dat zul je altijd zien- normaliter op iedere hoek van de straat een flappentap en nu overal internetcafé’s, maar geen cashmachine te bekennen. Uiteraard wel toen we eenmaal gepind hadden, nadat we eerst nog voor een kapotte hadden gestaan. Vervolgens bij een Ierse pub aan de beef- respectievelijk chicken-burger. Wederom een hele maaltijd. Na nog wat rondslenteren, gaan we richting Port Douglas.


Onderweg op de Captain Cook Highway richting Port Douglas

Een geweldig stadje, waarvan de toegangswegen allemaal met palmbomen omzoomd zijn. Eerst rijden we naar het lookoutpoint. Als we terugkomen in het centrum is het inmiddels weer gaan regenen. Een echt subtropisch buitje. We halen alleen de meest hoognodige boodschappen en besluiten door te rijden naar de camping. Die ligt weer op de weg richting Cairns. Dat komt mooi uit, want voor morgen staat nog een activiteit op ons verlanglijstje. Wel een beetje afhankelijk van het weer, want in de regen in een gondel over het regenwoud zien we niet zo zitten. We zijn benieuwd wat het wordt.

21 februari 2005 Airlie Beach – Rollingstone

Zeer goed geslapen doordat de airco z’n werk goed gedaan heeft in de vooravond terwijl wij buiten wat nababbelden over wat er allemaal voorgevallen was op de zeiltocht naar Whitehaven. Deze camping hier in Airlie Beach is dan ook de beste tot nu toe in alle opzichten. Om 9 uur gaan we op weg verder richting Cairns en komen we al vrij snel in Bowen een relax plaatsje waar uiteraard even door het centrum gewandeld wordt alvorens we richting strand gaan, hier is op strand een zogenaamd stingernet geplaatst zodat je ongestoord kunt zwemmen. Het strand is niet zo mooi wit als gister maar de zee die een temperatuur heeft van zeker 24 graden geeft zeker een soort van verkoeling. Bij het verlaten van Bowen worden we even na een rotonde met groot vertoon aangehouden door de politie, wat blijkt de smeris heeft geconstateerd dat degene op de bijrijdersstoel geen gordel omheeft. Niks geen waarschuwing maar direct een flinke bekeuring te betalen binnen 28 dagen anders volgt de rechtbank!! Wel spijtig, maar kan gebeuren.


De politieauto die ons met sirenes en al aan de kant zetten

Op de weg verder komen we nog in Ayr waar we even rondkijken voor een internetcafé maar wanneer dit niet gespot wordt, vervolgen we onze weg richting Noorden.
Diverse plaatsjes doen we nog aan voordat we in Townsville arriveren. Deze stad die tegen een berg aanligt heeft meer dan 150.000 inwoners maar is echter zeer overzichtelijk en duidelijk qua bewijzering. De camper kan eenvoudig geparkeerd worden (dit is wel eens anders in een grote stad) en dus kan het gezelschap Townsville gaan verkennen. Er is een enorme winkelpromenade die eindigt in de haven. Twee uurtjes later zoeken we de airco van de camper weer op, want ja ruim 35 graden doet je zelfs transpireren als je wandelt!! Townsville wordt weer verlaten en via de Hwy 1 gaan we verder richting Cairns. Inmiddels hebben we besloten om de laatste paar dagen ‘s avonds maar een camping op te zoeken. Dit in verband met de al eerder genoemde enorme hitte, kort gezegd de airco is gewoon hard nodig om ‘s nachts enigszins normaal te kunnen slapen. Een 60 km ten noorden van Townsville ligt het plaatsje Rollingstone, hier ligt volgens de boeken een camping aan zee.
Hier aangekomen blijkt het een camping die net geopend is maar wel één met potentie om een topcamping te worden. Alle ingrediënten zijn namelijk aanwezig; strand, zee, palmbomen, zwembad enz.
De eigenaar verontschuldigt zich min of meer wanneer blijkt dat er slechts 2 andere campinggasten zijn op een camping waar minimaal 100 plaatsen zijn. We kunnen dan ook zelf een plaats uitzoeken zo groot als we willen.


Het uitzicht in Rollingstone richting zee vanaf de camper

Het wordt een plaats vlak aan zee dicht bij het zwembad en de sanitair op nog geen 50 mtr, kortom gewoon luxe. Wat foto’s later wordt de eerste pils genuttigd in het zonnetje, tot morgen..

20 februari 2005 Whitsunday Islands

Voor vanmorgen hadden we zelfs een wekker gezet (en dat op vakantie), maar we moesten namelijk uiterlijk om half negen aan de haven in Shute Harbour zijn. Anders zou de boot gewoon zonder ons vertrekken en dat wilde we uiteraard onder geen beding. Ruim op tijd waren we dan ook al op de kade.
Eenmaal aan boord bleken er nog zo’n 15 medepassagiers, vier bemanningsleden en een fotograaf te zijn. En het was ook niet de eerste de beste boot waar we opstapte. Nee, de Maxi Ragamuffin is eigenlijk een racejacht. Het is 80 foot lang (24 meter) en het heeft, ook al is het voor het laatst in 1990, als enige boot drie maal de beroemde zeilwedstrijd Sydney – Hobart gewonnen.
Nou en dat het een racejacht was bleek al snel nadat we bij Hamilton Island nog wat extra passagiers hadden ingeladen. Tot die tijd werd er alleen op de motor gevaren maar na Hamilton Island ging de wind vol in de zeilen. Er werden trouwens wat vrijwilligers gezocht om zich in het zweet te werken om de zeilen te hijsen, maar daar kwamen we mooi onderuit. Eenmaal op gang ging de boot toch verdraaid schuin door het water. Iets wat bij de tortelduifjes natuurlijk wel bekend was, want ja, die hebben elkaar vorig jaar in Griekenland tijdens een zeilvakantie ontmoet. Maar Turbo’s had zo’n helling in het water niet verwacht. Gelukkig bleek er niets aan de hand te zijn en dat hoort bij het zeilen, okay dan. Kwestie van schrap zetten zodat je niet van boord glijdt en knallen maar.

De Maxi Ragamuffin onderweg naar Whitsunday Island

Vlak voordat we er waren raakte er een tweetal meevarende meisjes wat zeeziek en hadden wat zakjes nodig om de maaginhoud in te deponeren. Uiteraard had geen van ons drieën daar last van.
Gelukkig was het vandaag wat bewolkt want als de zon doorkwam dan brandde hij ook enorm. Na een dikke twee uur varen (16 nautische mijlen) arriveerden we bij Whitehaven Beach op Whitsunday Island. En vanaf de boot te zien zag dat er al net zo goed uit als in de folders.


Het strand Whitehaven Beach op Whitsunday Island, enig commentaar is overbodig

Een werkelijk hagelwit strand met heel helder, turqoise gekleurd water. In drie lichtingen werden we met een kleinere rubberboot aan wal gezet en konden we een duik nemen. Maar niet eerder dan dat we een ‘stingersuit’ aan hadden gedaan. Ook hier schijnt de jellyfish (kwal met lange tentakels), ook wel stinger genaamd, voor te (kunnen) komen en aangezien we geen risico wilde nemen dat we gestoken zouden worden hadden we toch maar zo’n pak gehuurd.
Daarna werd er op het strand een lunch geserveerd; diverse broodjes, een wrap met kip en stukken fruit. Helemaal niet verkeerd.
En daarna was het echt tijd om te gaan genieten van het strand. Al snel beseften we het: This must be just like living in paradise.


Frankie G. en Turbo keuren de helderheid van het water

Na een dik uur genieten op het strand en in zee werd het tijd om weer op de boot te stappen en terug te varen naar Shute Harbour. Onderweg werd de bij Hamilton Island opgestapte groep weer afgezet en met het selecte gezelschap werd koers gezet richting de haven.
Eenmaal van boord bleek dat we alledrie toch wel erg bijgekleurd waren van dit dagje op en rond het water. De camper werd dan ook snel naar een camping net buiten Airlie Beach gestuurd. Daar kon de airco weer worden aangezet want afgelopen nacht was het toch wel bijzonder warm geweest in de camper. Een nadeel van deze regio is dat de zon al om zeven uur ondergaat, maar eigenlijk hadden we toch al genoeg zon gezien deze dag.

19 februari 2005 Sarina – Airlie Beach

Ik denk toch echt dat we ‘gewoon’ op een willekeurig erf stonden; kleine hint moet misschien wel de brievenbus zijn geweest aan het begin van het gravelpad. Maar alles wat voorbij kwam gereden, zat te lachen en te zwaaien. Conclusie: aardig volk hiero dus.
Vanuit Sarina via Glasstree Beach gaan we richting Mackay. Daar ff water gevuld en getankt. Want we hadden besloten rechtstreeks door te rijden naar het 148 kilometer verderop gelegen Airlie Beach. Over de Bruce Highway, die parallel loopt aan het spoor. Vanuit Airlie Beach is het een eenvoudige oversteek naar de Whitsunday Islands, die hun naam kregen van kapitein Cook. Hij dacht op Pinksterzondag 1770 tussen de eilanden en de kust te zeilen, maar zat er door de internationale datumlijn een dag naast. Nou, wij zullen er wis en waarachtig op zondag zijn. De ca. 100 Whitsunday Islands worden omschreven als de prachtigste tropische paradijzen in Queensland. Ze worden omzoomd door koraal en de meeste zijn onbewoond. Whitehaven Beach op Whitsunday Island, het grootste eiland, staat bekend als een van de mooiste stranden van het Great Barrier Reef. De plaatjes in de boeken zijn veelbelovend. En de borden langs de weg beloven ook ‘een paradijs op aarde’. En bij het binnenrijden van Airlie Beach rond het middaguur wordt het al aardig duidelijk: het is hier al daadwerkelijk schitterend. Het heeft wat weg van Monaco, maar dan kleinschaliger en dus lieflijker van opzet. Het is ook echt een backpackers-oord, zo is te merken.
We treffen het wederom: op zaterdag is er markt in Airlie Beach. En ditmaal een markt die het dan wel waardig is om zo genoemd te worden. Niet mega-groot, maar als we eroverheen geslenterd zijn, blijkt dat ie groot genoeg is in deze hitte.


JJJ en Frank op de markt in Airlie Beach

De temperatuur is inmiddels opgelopen tot graadje verzengend. Eerst maar ff boodschappen doen, dan zit dat er alvast op. Vooral voldoende XXXX (lees: biertjes), want die waren gisteravond erg schaars geworden en van sommige dingen kun je niet genoeg op voorraad hebben.


Inkopen doen in de supermarkt in Airlie Beach

Aan de boulevard wordt vervolgens een echte steak burger x3 besteld. Een hele maaltijd en er wordt al gelijk gespeculeerd hoe lang het zal gaan duren voor daar de Dorito’s en guacamole bijkunnen.
Daarna snel richting de Laguna, zijnde het zwembad. Erg ondiep, dus ook erg warm, maar toch verkoelend. En zonder de kwallen, stingers en jellyfish uiteraard. Die krioelen over de rotsrand heen. Je krijgt al de kriebels als je die beesten (spinnen op verhoogde pootjes samasegge) ziet lopen.
Na enige verkoeling gaat ondergetekende alvast op zoek naar een boottrip naar Whitsunday Island; overal moet namelijk daags tevoren geboekt worden. Geen gemakkelijke opgave: wat wij willen is simpel (een retourtje en de rest regelen we zelf wel), maar er is vanalles behalve simpel. Het barst er van de boekingskantoren en die bieden van alles en nog wat aan. Cruises naar meerdere eilanden met wandelingen, lunches, bbq’s, duiklessen, sky-diving, helicoptervluchten, you name it. Maar het zijn eigenlijk allemaal all-in pakketten met veel ‘toeters en bellen’. Afijn, uiteindelijk toch eentje gevonden met een 80 voeter race-jacht zeilboot (de Ragamuffin) die alleen naar Whitsunday Island gaat. Én deze trip gaat ook op zondag.
Na het boeken is het (weer) tijd voor ‘n ijsje. Nou, met afstand de beste in Australië én Europa! Royal Copenhagen; zo’n tentje moet je niet bij je in de buurt hebben hoor. Dagelijks vers gemaakt en dat was te proeven! Gelukkig komen we hier morgen nog een keer, hmmmm.
Na een verkenningstochtje naar de haven gaan we op zoek naar een overnachtingsplek. Binnen twee minuten weet ik een héél groot nadeel van deze stek: je wordt er gek van de muggen. Eén geluk: ze zijn doller op de heren, maar alleen al het gezoem…

18 februari 2005 Benaraby – Sarina

De zon is al vroeg aanwezig net zoals de muggen trouwens hier op de camping zelfs onder de douche worden we niet met rust gelaten. Wat we wel met rust laten is Benaraby om 20 km verderop in Gladstone op zoek te gaan naar het strand; snel gevonden aan de rand van een park maar wel met de mededeling dat hier de befaamde jellyfish kan zitten dus zoals overal aangegeven vanaf Rockhampton opletten geblazen met zwemmen of liever nog alleen zwemmen daar waar netten gespannen zijn om deze kwallen tegen te houden.
Besloten wordt om door te rijden naar Rockhampton daar aangekomen de camper aan de kant en wandelen maar in de enorme hitte door deze ruimopgezette stad. Een anderhalf uur later met uiteraard het ijs al in de maag gaan we verder de hwy op richting Mackay. Daar in de tussenliggende plaatsen weinig te doen c.q te beleven is, wordt een flink aantal km afgelegd want ja volgende week moeten we in Cairns zijn. Het eerste plaatsje wat aan strand ligt is Clairview, hier volgt dan ook een stop. De zee is wel te zien maar op grote afstand dit komt doordat het eb is. Maar goed het geeft wel een gevoel dat we weer enigszins in de bewoonde wereld zijn en dat was vanaf Rockhampton wel anders.


Frank en Lidwine in een winkelstraat in Rockhampton

De volgende plaats die zich aandient is Sarina zo’n 30 km ten zuiden van Mackay. Vanaf dit plaatsje besluiten we op zoek tegaan naar een geschikte overnachtingplaats aangezien we inmiddels al aardig wat kilometers hebben afgelegd en het eindstation Cairns genaderd is tot 750 km hetgeen makkelijk te overbruggen is in de komende dagen (lees: tot woensdag).
In Sarina wordt in eerste instantie gekozen voor de 10 km verderop liggende kustplaatsjes Sarina beach & Glasstree beach, hier in deze plaatsjes zijn tal van mooie plekjes om te overnachten maar overal wordt duidelijk aangegeven “no camping”. Na wat rondrijden en vooral genieten van wat deze omgeving te bieden heeft valt ons oog op een gravelweggetje dat doodloopt, althans eindigt bij een boerderij waar later blijkt een feestje aan de gang is.
Voor ons geen probleem want met een drankje in de hand en dat ook nog in de zon is een muziekje op de achtergrond welkom.
Wat iets minder welkom is, is de warmte in de camper die maar moeilijk te verdrijven is (ja er moet toch een beetje geklaagd worden). Maar ach, dan is een dekbedje niet nodig vannacht zullen we maar denken. Tot morgen.